Content Finder


Nieuws | All
Nieuws

De aardappelboer verhuist naar zijn bureaustoel

  25-07-2019
Het beeld van de boer die in zijn blauwe overall op klompen op zijn akker staat, raakt steeds meer gedateerd. En niet eens vanwege die overall en klompen. Een moderne aardappelboer bekijkt zijn akker met een drone vanuit de lucht. Vanachter zijn bureau. Met de makers van Lay’s chips gaan we op bezoek bij een aardappelteler die aan precisielandbouw doet. ‘Dankzij drones kunnen we tot tachtig procent minder gewasbeschermingsmiddelen gebruiken.’

‘In India hebben we 18.000 contracten met aardappelboeren. Sommigen brengen hun aardappelen met de scooter naar onze fabriek.’ Gegrinnik stijgt op in loods in Zeewolde waar aardappelkisten staan opgestapeld tot aan de nok. Op een tafel ligt een fixed wing drone die nodig is om aan precisielandbouw te kunnen doen.

Aan het woord is Henry Beugels, agro-manager bij PepsiCo. Met een bus vol collega’s is hij op bezoek bij aardappelteler Martijn van Es. Om misverstanden te voorkomen: er zit geen aardappel in Pepsi Cola. Maar chipsmerk Lay’s is ook van PepsiCo – en dus is het bedrijf wereldwijd een grote inkoper van aardappelen. De chipsmakers houden daarbij graag persoonlijk contact met de telers. In India betekent dat veel training geven aan talloze kleine boeren. En ook in Nederland is er intensief contact met de aardappelboeren die voor PepsiCo telen – al voelt het vandaag ook een beetje als een schoolreisje, waarbij iedereen zich mag verwonderen over het vernuft op het boerenland.

Marinus van Es, de vader van aardappelboer Martijn, is er ook. ‘Dit is gewonnen land’, zegt hij terwijl hij naar buiten wijst. ‘Drooggelegd in de jaren 60. In de jaren 70 lieten ze er riet groeien; de wortels moesten het land steviger maken. In 1975 werd de grond pas uitgegeven. Wij kwamen hier begin jaren 80. Van Zeeland naar de nieuwe Flevopolder. Er was hier niets, alleen een weg. Met de bouw van Zeewolde moesten ze nog beginnen.

Aardappels voor chips
Het geeft een beetje een idee hoe in pakweg een halve eeuw vanuit niets een uiterst geavanceerd productielandschap uit de grond is gestampt. Van Es teelt aardappels die PepsiCo graag wil hebben voor chips: rassen die rond zijn en meer zetmeel bevatten dan de aardappelen die je in de supermarkt koopt. Als je ze zou koken, zijn ze niet zo lekker. Maar voor chips zijn ze perfect.

Het poten van aardappels
Aardappels verbouwen lijkt eenvoudig. Het begint met het poten van aardappelen: je stopt pootaardappelen in de grond, en uit elke pootaardappel vertakken wortels waaraan 12 tot 13 nieuwe aardappelen groeien. Maar gevaren liggen op de loer. Een akker waar duizenden aardappelen zijn gepoot, ligt er aanvankelijk kaal bij. Het duurt even voor de pootaardappel wortel heeft geschoten en er een aardappelplant begint te groeien. In de tussentijd is zo’n akker een ideale plek voor talloze andere planten, waarvan de zaadjes via de wind arriveren, en die veel sneller uitgroeien. Distels bijvoorbeeld. Als een akker overwoekerd raakt met onkruid, maakt de aardappelplant geen kans meer. Daarnaast is de aardappel ook nog eens erg gevoelig voor de aardappelziekte (Phytophthora infestans), die wordt veroorzaakt door een schimmel. En dus gebruiken de meeste aardappeltelers gewasbeschermingsmiddelen om de planten te laten overleven. ‘Als je er niets overheen sproeit, raak je ze kwijt’, zegt Martijn van Es.

Daar stopt het gebruik van fungicides niet. Als de aardappelen geoogst worden, moet hun schil zo stevig mogelijk zijn. Zodat de aardappelen niet beschadigd raken bij het oogsten, het wassen en het transport. Een stevige schil zorgt er ook voor dat de aardappelen die opgeslagen worden, beter bestand zijn tegen ziekten en minder gewicht verliezen. Om de schil zo stevig mogelijk te maken, moet de aardappelplant twee weken voor de oogst worden gedood. De knollen krijgen dan geen voedingsstoffen meer, rijpen af en krijgen een mooie stevige schil.

De hulp van een dronepiloot
Aardappelboeren staan niet te springen om al die bestrijdingsmiddelen te gebruiken. Niet alleen omdat het gif is, maar ook omdat het duur is. Hoe minder middelen de boeren hoeven te spuiten, hoe beter. Veel telers zouden best zonder bestrijdingsmiddelen willen werken, maar dan is de opbrengst veel lager en het werk veel intensiever. Ook het gevaar van van een misoogst ligt dan op de loer, met alle consequenties van dien. De consument zou dan meer moeten gaan betalen voor een kilo aardappelen. Of voor een zak chips.

De middenweg is zo min mogelijk gewasbeschermingsmiddelen gebruiken. En daarvoor werkt aardappelteler Martijn van Es samen met dronepiloot Bert Rijk van Aurea Imaging. ‘Crop intelligence’ staat er op het visitekaartje van Bert. Hij vliegt niet alleen met de copter-drones die je kent van drone-hobbyisten (drones met vier propellortjes), maar ook met een fixed wing drone: de eBee. Het zwart-gele toestel (grotendeels gemaakt van piepschuim) ligt op een tafel in de loods van Van Es. Terwijl medewerkers van PepsiCo het ding in de hand nemen en zich verbazen over het lichte gewicht, vertelt Bert Rijk lachend dat het ding geldt als een vliegtuig. ‘Daarom heeft-ie een officieel PH-nummer, net als een Boeing. Ik heb hem ook moeten verzekeren tegen kapingen.’

De eBee kan vluchten van een half uur maken, en heeft naast een gewone camera ook een thermische - en een multispectrale camera aan boord. Daarmee kan de drone informatie verzamelen over bladoppervlak, gewasontwikkeling en zelfs stress bij planten.  

‘We brengen een akker in kaart en bepalen bijvoorbeeld waar distels groeien. Distels groeien altijd in groepen; als een soort lapjes op de akkers. Als je precies weet waar die distels staan, hoef je alleen op die plekken onkruidverdelgers te sprayen’, zegt Bert. ‘Zo spuiten we heel gericht alleen op de onkruiden en besparen we tot wel 95 procent op de middelen die een boer over zijn akker moet spuiten. Dat is vriendelijker voor het milieu – en financieel ook beter voor de boer.’ De drone kijkt niet alleen waar onkruid groeit. Als er delen zijn waar de aardappelplanten al dood zijn, dan registreert het systeem dat ook. ‘Daar hoeven we dan natuurlijk sowieso niks meer te doen’, zegt Bert. ‘Daar zijn geen bestrijdingsmiddelen meer nodig – maar ook geen kunstmest. En als er op een deel wat minder planten groeien, dan weet je dat je op die delen ook met minder kunstmest toekunt. Zo wordt ook het gebruik van meststoffen veel efficiënter.’

Robots in de strijd
Bert Rijk noemt het precision farming. ‘Wij ontwikkelen een netwerk van dronepiloten die waar ook ter wereld kunnen worden ingezet door boeren. Een soort Uber voor drones. Maar in de toekomst zijn die piloten misschien wel niet eens meer nodig. Dan staat er aan de rand van een akker een launch pod, waaruit een drone kan opstijgen en geheel autonoom de akkers kan verkennen. Om vervolgens weer terug te keren in de pod, waar hij zijn data doorstuurt en zichzelf weer oplaadt. Zulke autonome drones zijn nu nog niet toegestaan, maar die regulering zal op termijn vast worden aangepast.’

Misschien staat die launch pod dan wel naast een ander docking station, waar een robot op wielen zijn thuisbasis heeft. De afdeling Agro Food Robotics van de Wageningen Universiteit toonde onlangs de Husky: een robot op vier stevige terreinbanden, die zelfstandig aan het werk kan op akkers. Tijdens het Agro Food Robotics Parcours in april dit jaar toonden de onderzoekers hoe zo’n robot bijvoorbeeld op zoek kan naar achtergebleven aardappelen op een akker. Vanwege de aardappelziekte mogen er geen aardappelen achterblijven na de oogst. Tot nu toe is het mensenwerk om achtergebleven aardappelen op te sporen en te verwijderen. Zodra hij er eentje vindt, injecteert hij één druppel herbicide in de aardappel, zodat deze sterft. Voorheen waren er tien mensen nodig om deze achtergebleven aardappelen op te sporen en te verwijderen. Met de Husky kan dat worden teruggebracht naar twee mensen, die toezicht houden op de robot en de plekken doen waar de robot minder makkelijk komt.

In de loods van aardappelteler Martijn van Es in Zeewolde staan de medewerkers van PepsiCo nog vol bewondering naar de drone te staren. ‘Wordt aardappels telen dan een bureaubaan?’, vraagt iemand. Martijn van Es lacht. ‘Dat duurt nog wel even’, zegt hij. ‘We moeten nog veel leren.'

Bron: Nederland Voedselland